Boekgegevens
Titel: Leerboek der mechanica
Auteur: Michaëlis, G.J.
Uitgave: 's Hage: Henri J. Stemberg, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6527
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201432
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke mechanica
Trefwoord: Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der mechanica
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
uitoefenen. Eene vloeistof bv. oefent eene drakking uit op
de wanden van bet vat, waarin zij besloten is, niet in een
enkel punt, maar over het geheele vlak van aanraking.
Tot de tweede soort van krachten behoort de zwaarte-
kracht, die op al de punten van een lichaam aangrijpt.
Eene kracht, die een enkel aangrijpingspunt heeft, kan
men, evenals eene snelheid en een versnelling, door eene
lijn van bepaalde grootte en richting voorstellen.
§ 5. In de tweede grondstelling wordt alleen gesproken
van de versnelling der beweging, die evenredig is met de
grootte der kracht; deze grondstelling drukt dus uit, dat
het voor de werking eener kracht volkomen hetzelfde is,
of het lichaam al of niet in beweging zij, en op welke
wijze het zich bewege. Daaruit volgt verder, dat krachten,
die gelijktydig op een punt of op een lichaam werken, geen
invloed op elkaar uitoefenen. Elke kracht veroorzaakt dezelfde
verandering in de beweging, alsof zij alleen aanwezig ware.
Indien twee krachten, welke naar grootte en richting
gegeven zijn, gezamenlijk op een stoffelijk punt aangrijpen ,
kan men de versnellingen, die door de krachten veroorzaakt
worden, volgens hetgeen in hoofdstuk III is medegedeeld,
samenstellen.
Nemen wij aan, zie fig. 3, dat op een punt O twee krachten
OK en OK' werken, dan zal, wanneer de Ignen OA en OB
de versnellingen beteekenen, welke door die krachten ont-
staan, de vergelijking moeten gelden:
K K'
OB — OA
als m de massa van het punt voorstelt, volgens formule (6).
De resultante der beide versnellingen wordt voorgesteld
door de lijn OC. Als oorzaak dezer versnelling kan eene
kracht R beschouwd worden, welke in de richting OC werkt,
en welker grootte bepaald is door:
R = m X OC.