Boekgegevens
Titel: Leerboek der mechanica
Auteur: Michaëlis, G.J.
Uitgave: 's Hage: Henri J. Stemberg, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6527
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201432
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke mechanica
Trefwoord: Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der mechanica
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
Eerste grondstelling. Ieder lichaam blijft iu den toestand
van rust of van eenparige beweging volgens eene rechte
lijn, zoolang het niet door krachten in een anderen toestand
wordt gebracht.
Deze grondstelling bevat niet anders dan de bepaling vau
kracht. Proefondervindelijk kan zij niet worden aangetoond,
want in de natuur kent men geene lichamen, die niet aan
de werking van krachten onderworpen zgn; men kent geene
lichamen, die zich ten opzichte van andere lichamen voort-
durend met dezelfde snelheid volgens eene rechte lijn be-
wegen. De eigenschap der lichamen, om, zoo zij niet aan
de werkiug van krachten blootgesteld zgn, in den toestand
vau rust of van eenparige rechtlijnige beweging te vol-
harden, wordt traagheid of met een vreemd woord inertie
genoemd.
§ 3. Wanneer eene kracht op een stoffelijk puut of op
een lichaam werkt, neemt men aan, dat zij op een gegeven
oogenblik eene bepaalde richting en eene bepaalde grootte
heeft. Beide worden gevonden uit de beweging, die door
de kracht veroorzaakt wordt.
Tweede grondstelling. Krachten zijn samengesteld even-
redig met de massa's, op welke zij werken en met de ver-
snellingen, die zij aan die massa's geven. De richting der
kracht valt samen met de richting der versnelling.
Alles wat betrekking heeft op de grootte en de richting
vau krachten, kan uit deze grondstelling afgeleid worden.
Nemen wij aan, dat twee krachten K en K' aan de
massa's m en m' de versnellingen p en p' meedeelen, dan
heeft men de evenredigheid:
K : K = wp : m'p'.........(3).
Stelt men in deze vergelijking K—K', en p — p', dan
vindt men m — m'. Twee massa's aan welke dezelfde kracht
dezelfde versnelhng geeft, zijn dus aan elkander gelijk. Stelt
men p — p\ dan gaat de vergelijking over in:
K : K' = m : m'..........(4).