Boekgegevens
Titel: Leerboek der mechanica
Auteur: Michaëlis, G.J.
Uitgave: 's Hage: Henri J. Stemberg, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6527
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201432
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke mechanica
Trefwoord: Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der mechanica
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
vlak, dat loodrecht op de assen staat. Noemen wij den straal
OA der eene schijf r eu dien van de andere schijf r'. Nu
is het duidelijk, dat als de eerste schgf eene wenteling om
de as O verkrijgt in de richting van het pgltje, de andere
schijf eene wentelende beweging om de as O' aanneemt,
in tegengestelde richting; de punten toch der omtrekken,
welke met elkaar in aanraking zijn, verkrijgen dezelfde
snelheid in dezelfde richting. Noemen wij die snelheid v,
de hoeksnelheid om de as O: w en om de as O': w', dan
heeft men:
V r
w = — en 10' =z —
• r r'
dus (O : — : .............(2)
r r
De hoeksnelheden verhouden zich dus in omgekeerde
reden met de stralen der schijven. Men heeft het, door
aan de schijven eene bepaalde grootte te geven, in zyne
macht, om aan de hoeksnelheid om de as O' eene wille-
keurige waarde te geven.
Aan het gebruik van schijven, die niet hare omtrekken
tegen elkaar gedrukt worden, is het bezwaar verbonden,
dat zij dikwijls langs elkaar glijden, zoodat dan de geheele
snelheid van de eene schijf niet aan de andere wordt meege-
deeld. Om dit bezwaar te vermijden, worden de omtrekken
der schijven van tanden voorzien, die in elkaar grijpen: men
verkrijgt dan tandraderen; kleine tandraderen worden rondsels
genoemd.
Bij de werktuigen, die in fig. 3 en in fig. 12 van hoofd-
stuk XII zyn afgebeeld, komen dergelijke tandraderen en
rondsels in den vorm voor, waarin zij het meest gebruikt
worden. Hoewel deze werktuigen tot verschillende doeleinden
aangewend worden, dienen de tandraderen bij beide om de
wenteling van de eene as op de andere over te brengen.
Als de aantallen tanden bekend zijn, die zich op de raderen
en rondsels bevinden, kan de verhouding der hoeksnelheden
om de verschillende assen door de volgende beschouwing