Boekgegevens
Titel: Leerboek der mechanica
Auteur: Michaëlis, G.J.
Uitgave: 's Hage: Henri J. Stemberg, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6527
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201432
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke mechanica
Trefwoord: Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der mechanica
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
V = limiet
if
en dus: p z= —.............(2)
De richting van de gemiddelde versnelling is die van de
lijn FQ. Hoe kleiner de afstand tusschen de punten A eu
B wordt, hoe kleiner ook de hoek FOQ; nadert deze hoek
tot nul, dan groeit de hoek QPO aan tot 90°. By de
grenswaarde wordt die hoek juist 90°; dan wordt FQ even-
wydig met den straal AM.
De versnelling van een punt, dat eene eenparige bewe-
ging heeft langs den omtrek eens cirkels, is dus steeds naar
het middelpunt van den cirkel gericht,
§ 3. De bepaling die in § 1 van versnelling gegeven
is, geldt algemeen; de bepaling die van versnelling by eene
rechtlynige beweging gegeven werd is een byzonder geval
van deze. Als namelijk de richting der snelheid standvastig
blyfl, maar de grootte verandert, wordt de verandering in
snelheid het verschil tusschen de eindsnelheid en de aan-
vangsnelheid in den beschouwden tijd. De formule (1)
verandei-t dan in formule 9 van Hoofdstuk I. Indien de
grootte standvastig blijft maar de richting verandert, krijgt
men by den cirkel de beschouwing van § 2, en bij eene
willekeurige kromme lyn eene dergelijke beschouwing. Als
zoowel de grootte als de richting der snelheid standvastig
zyn, gaat de beweging in eene rechtlijnig eenparige over,
dan is de versnelling nul.
§ 4. Als een punt twee bewegingen heeft, kunnen de
versnellingen, die het tengevolge van beide op een oogen-
blik heeft, op dezelfde wijze als twee snelheden worden
samengesteld.
De snelheid, welke het punt op een oogenblik bij de
eene beweging heeft, wordt naar richting en grootte bepaald
door de lijn OVi; als nu het punt op datzelfde oogenblik
tengevolge der tweede beweging een snelheid heeft, die
door de lijn V^V^ kan worden voorgesteld, wordt de resul-