Boekgegevens
Titel: Leerboek der mechanica
Auteur: Michaëlis, G.J.
Uitgave: 's Hage: Henri J. Stemberg, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6527
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201432
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke mechanica
Trefwoord: Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der mechanica
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
de lyn DA met de snelheid v doorloopt; geeft men aan
beide de snelheid v in tegengestelde richting, waardoor het
punt in DA tot rust komt en C zich volgens de lyn BC
verplaatst, dan blyft de betrekkelijke beweging dezelfde.
Indien C de snelheid v' in willekeurige richting heeft, mag
men aannemen, dat het punt in DA zich niet beweegt, en
C eene snelheid verkrijgt, die de resultante is van v' en — v.
De betrekkelijke snelheid van twee treinen is bv. v — v'
of 4- naarmate zij elkaar in dezelfde of tegengestelde
richting passeeren. Valt een voorwerp, een regendroppel bv. in
verticale richting, dan heeft die droppel voor een persoon, die
hem uit een trein, welke in beweging is, waarneemt, twee
bewegingen tegelijkertijd. Valt de droppel bv. in zekeren tijd
van B naar A en verplaatst de trein zich in dienzelfden tijd
van D naar het punt A, dan is het voor het oog alsof die
droppel twee bewegingen heeft langs ÖC en Gedurende
den zeer korten tijd, waarin die bewegingen waargenomen
worden, kan men ze als eenparig beschouwen, en men ziet
de beweging plaats hebben langs de lijn BD. De hoek dieii
deze richting met de verticaal maakt, hangt af van de be-
trekking der snelheden van het vallende voorwerp en van
den trein, want
BC
tang BDC =
Hetzelfde verschijnsel is oorzaak, dat men de sterren niet
in dezelfde richting aan den hemel ziet, als het geval zou
wezen, wanneer de aarde in rust ware; de afwijking hangt
af van de verhouding tusschen de snelheid, waarmede de
aarde zich beweegt, en de voortplantingsnelheid van het
licht; zij wordt aberratie genoemd.
Als een punt drie snelheden heeft in richtingen, welke
in de ruimte loodrecht op elkaar staan, vindt men voor de
gedeeltelijke resultante OC van twee dier snelheden:
OC =