Boekgegevens
Titel: Leerboek der mechanica
Auteur: Michaëlis, G.J.
Uitgave: 's Hage: Henri J. Stemberg, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6527
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201432
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke mechanica
Trefwoord: Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der mechanica
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
tengevolge van beide bewegingen bevindt. Als men al die
plaatsen vereenigt, heeft men de baan, welke het punt
doorloopt. Hare gedaante hangt af van den aard der twee
bewegingen ten opzichte van den tijd.
Fig. 2.
Indien de beide bewegingen eenparig zijn, is de baan de
diagonaal AC, die dan met eene eenparige beweging door-
loopen wordt. Wij hebben slechts te bewijzen, dat als de
lijnen AB en AD in den tijd t afgelegd worden, de plaats
F, waar het punt zich na een bepaald gedeelte van dien
tijd, na den tyd — bv. bevindt, in de diagonaal ^Cmoet
gelegen zijn, en dat verder AF = — AC is.
Nu zijn de driehoeken AEF en ABC bij de aangenomen
onderstelling gelijkvormig; want vooreerst zijn de hoeken
AEF en ABC gelijk, omdat de lijnen EF en BC even-
wgdig loopen, en in de tweede plaats bestaat de evenredigheid:
AE:AB = FE:BC.
Daar nu de hoeken FAE en BAC even groot moeten
wezen, volgt hieruit dat de punten ^, en Cm elkan-
ders verlengde moeten liggen, en dat:
A F : A 0 = A E : A B.
§ 3. Wij hebben reeds meegedeeld, dat de richting eener
kromlijnige beweging in een gegeven punt der baan door
'-'f'" r
)