Boekgegevens
Titel: Leerboek der mechanica
Auteur: Michaëlis, G.J.
Uitgave: 's Hage: Henri J. Stemberg, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6527
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201432
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke mechanica
Trefwoord: Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der mechanica
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
0(7= CE, en vereenigt men de punten Z> en 7? met liet
punt A , dan moeten de lijnen DA en EA in eikaars ver-
lengde vallen. Daar toch bij eene eenparig veranderlijke
beweging de verandering in snelheid evenredig is met den
tijd, heeft men in fig. 4 de evenredigheid:
A B : B C = B D : E G.
De rechthoekige driehoeken ABD en T)EG zijn dus ge-
lijkvormig. Omdat nu de hoekeu DAB en EDG aan elkaar
gelijk zijn, liggen de punten A, D en E in eikaars verlengde.
Wat voor drie punten geldt, gaat door voor alle punten,
die op de lijn der snelheden liggen; daarom is deze eene
rechte lijn; de versnelling is:
^^ , n A »
p — -- = tangens ü A H.
A B
Volgens de formule (5) is de doorloopen baan in den tijd BC:
(BD-fEO) X B0 =
= inhoud trapezium B D E (!,
want BD is de aanvangsnelheid in den beschouwden tijd,
Fig. 5.
-O------
X
welke in formule (5) met v„ is aangeduid, en EC is de
eindsnelheid in dien tijd.