Boekgegevens
Titel: Leerboek der mechanica
Auteur: Michaëlis, G.J.
Uitgave: 's Hage: Henri J. Stemberg, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6527
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201432
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke mechanica
Trefwoord: Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der mechanica
Vorige scan Volgende scanScanned page
'249
men deze, evenals bij de niet-veerkracbtige lichamen ,
kleiner dan vóór de botsing. Het verlies kan nu niet geheel
aan dezelfde oorzaken worden toegeschreven; de formulen
(7) gelden bg de onderstelling, dat de grens der veerkracht
niet bereikt is ; de lichamen ondergaan dus geene blijvende
vormverandering, het arbeidsvermogen van plaats der deeltjes
ten opzichte van elkaar verandert niet.
In het vorige hoofdstuk hebben wij gezien, hoe in veer-
krachtige lichamen door uitwendige kracliten de deeltjes in
trilling geraken; daarbij krijgen zg arbeidsvermogen van
beweging, dat in de plaats komt van het verloren arljeids-
vermogen.
Zooals gezegd is berusten de formulen (7) op proefnemin-
gen; eene volledige theorie der botsing van veerkrachtige
lichamen is nog niet gegeven.
Als een lichaam rechthoekig tegen een vlakken wand
botst, vindt men op dezelfde wyze als vroeger voor de eind-
snelheid :
U'=-eV'..........(8).
Indien een lichaam van eene hoogte h op een horizontaal
vlak valt, verkrijgt het de snelheid: V 2 g h ; het zal door
de veerkracht weer opgeworpen worden met de snelheid:
U' — e\/ 2 g h \ de hoogte tot welke het lichaam stijgen
zal, wordt volgens hoofdstulc I gevonden uit de formule :
XJ/2
h' —-= e® h. Als men de hoogten h en h' nauwkeurig
gemeten heeft, is daardoor de coëfficiënt e bepaald.
^ 6. Tot hiertoe is alleen de centrale botsing behandeld,
d. w. z. er is aangenomen , dat de lichamen zich rechthoekig
bewegen op het gemeenschappelijke raakvlak. Bewegen de
lichamen zich in richtingen , die met het gemeenschappelijk
raakvlak willekeurige hoeken vormen, dan kan de invloed
der botsing op de beweging tot dien by de centrale botsing
teruggebracht worden.
Onderstellen wij weder, dat twee bolvormige lichamen
tegen elkaar botsen; de richtingen der snelheden V en V'