Boekgegevens
Titel: Leerboek der mechanica
Auteur: Michaëlis, G.J.
Uitgave: 's Hage: Henri J. Stemberg, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6527
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201432
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke mechanica
Trefwoord: Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der mechanica
Vorige scan Volgende scanScanned page
'215
schillend op onderscheidene punten van het aardoppervlak.
Beschouwt men de aarde als een bol, die aan de polen
afgeplat is, zoo volgt hieruit, dat eeu voorwerp aau den
evenaar gelegen, verder vau het middelpunt verwijderd is,
dan indien het zich in de nabijheid van een der polen be-
vindt. Daarom moet het gewicht in het eerste geval ge-
ringer ziju dan iu het laatste, en de versnelling der zwaarte-
kracht wordt grooter naarmate men de polen nadert. Men
zou nauwkeurig bekend moeten ziju met de gedaante der
aarde en hare massa-verdeeling, om de versnelling g op de
verschillende punten van haar oppervlak langs theoretischen
weg te kunnen vinden- Maar bovendien verandert door de
dagelijksche beweging de «'aarde van g met de breedte, en
deze iuvloed is gemakkelijk te onderzoeken in de onderstel-
ling, dat de aarde bolvormig zij. Indien een lichaam zich
op den aequator bevindt, doorloopt het tengevolge van de
dagelijksche beweging met standvastige snelheid den omtrek
van dien cirkel. Zij li de straal van den aardbol en w de
hoeksnelheid, dan weten wij uit de beschouwing in lioofd-
stuk III § 2, dat het lichaam eeue versnelling moet heb-
ben uaar het middelpunt, welker waarde R is. Indien
deze versnelling niet bestond , zou de beweging langs den
omtrek van den aequator uiet mogelijk zijn. Tengevolge
dier versnelling beweegt het lichaam zich dus uiet iu de
richting naar het middelpunt der aarde; het blijft daardoor
alleen op denzelfden afstand van het middelpunt, dat is
hier op den aequator. De kracht m w"- R, welke die versnel-
ling veroorzaakt, kan dus ook geene drukking op de opper-
vlakte der aarde teweegbi-eugen, kau niet als zwaarte
worden waargenoiuen. Als de aarde op het lichaam de
kracht G uitoefent, zal deze kracht slechts eene drukking:
G — ni u-^ U op een horizontaal vlak veroorzaken; de ver-
snelling, waarmede het lichaam zich iu de richting der
verticaal tracht te bewegen is dus:
g'-g-y^ll.........(7);
g' is de werkelijke versnelling der zwaarte, welke aan