Boekgegevens
Titel: Leerboek der mechanica
Auteur: Michaëlis, G.J.
Uitgave: 's Hage: Henri J. Stemberg, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6527
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201432
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke mechanica
Trefwoord: Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der mechanica
Vorige scan Volgende scanScanned page
184
De spaiiuiugen eu S^ zullen klaarblijkelijk aau elkander
gelijk zijn, en ook is 82 = 8^.
Fig. 8.

Deukt uien zicli de spanning Si in horizontale en in verticale
richting ontbonden; alleen de laatstgenoemde component wordt
door het gewicht Gi verminderd; de horizontale component blijft
onveranderd. De horizontale componenten der spanningen
in alle deelen van het touw zijn even groot; de verticale
componenten eu dus ook de spanningen zelf nemen af van
de ophangpunten tot het laagste gedeelte.
Denkt men zich nu een homogeen touw ouder de wer-
king van zijn gewicht in twee punten opgehangen. Dit
geval kan uit het voorgaande worden afgeleid, door het
aantal gelijke gewichten voortdurend te doen toenemen; bij
de grenswaarde gaat de veelhoek in eene kromme lijn over,
die den naam van kettinglijn draagt.
Uit de voorgaande beschouwing is onmiddellyk af te
leiden, dat, als de punten .4 en i? in een zelfde horizon-
taal vlak liggen, de kettinglijn symmetrisch is ten opzichte
van de verticaal, die door het laagste punt gaat. Men kan
een touw dus nooit door krachten in de uiteinden zoo
spannen, dat het den vorm van eene horizontale rechte lijn
aanneemt; want behalve die horizontale spanningen, werken
de gewichten der deeltjes van het touw, die het de gedaante
eener kettinglijn geven. Als een touw over den omtrek vau
een cilinder is geslagen, zoodat het daarmede den boog AB
(zie fig. 9) gemeen heeft, zullen de krachten KenK^ even-