Boekgegevens
Titel: Leerboek der mechanica
Auteur: Michaëlis, G.J.
Uitgave: 's Hage: Henri J. Stemberg, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6527
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201432
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke mechanica
Trefwoord: Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der mechanica
Vorige scan Volgende scanScanned page
173
Zij AOB een hefboom, die in O op een mes draaibaar
is, en op welke in de punten A en B twee krachten K
en K' in een vlak, rechthoekig op de as, werken. De wrijving
is hier zeer gering; als zij buiten rekening gelaten wordt,
is voor het evenwicht noodzakelijk, dat de resultante R van
de gegeven krachten door het steunpunt gaat. Deze kracht
leert de drukking kennen, die in het steunpunt wordt
uitgeoefend. Worden uit het punt O de loodlijnen OD en
OE op de richtingen der krachten neergelaten, dan is vol-
gens de stelling der momenten:
K X OD = K' X OE.
Wij hebben hier het gewicht van den hefboom niet in
rekening gebracht; wil men dit doen, of werken er een
grooter aantal krachten op den hefboom, dan blijft de
evenwichts voor waarde, dat de resultante door O gaat, dat
dus de algebraïsche som der momenten van de gegeven
krachten ten opzichte van dat punt nul is.
§ 2. Het aantal toepassingen van den hefboom is ver-
bazend groot: tot de belangrijkste behooren de verschillende
soorten van balamen. Een balans is een werktuig dat dient
om het gewicht of eigenlyk de massa (zie hoofdstuk VI)
van een voorwerp te meten.
De gewone balans bestaat uit een hefboom, die in het
midden een stalen mes draagt, waarop hg draaien kan, en
aan de uiteinden dergelijke messen, aan welke de schalen
gehangen worden, waarin de gewichten en het voorwei-p,
dat gewogen moet worden, geplaatst worden.
Uit de vorige § is het duidelijk, dat als de hef booms-
armen even lang zijn, en het zwaartepunt in de verticaal
van het steunpunt ligt, de hefboom in evenwicht zal wezen,
indien er gelijke gewichten op werken. Het zwaartepunt
moet onder het steunpunt liggen, want anders zou het even-
wicht niet standvastig wezen; bij het geringste overwicht,
dat in een der schalen geplaatst werd, zou de balans om-
slaan. De gevoeligheid eener balans wordt beoordeeld naar
de afwijking uit den stand van evenwicht bij een gegeven