Boekgegevens
Titel: Leerboek der mechanica
Auteur: Michaëlis, G.J.
Uitgave: 's Hage: Henri J. Stemberg, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6527
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201432
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke mechanica
Trefwoord: Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der mechanica
Vorige scan Volgende scanScanned page
169
keus na een zelfde tijdsverloop, het werktuig in denzelfdeji
bewegingstoestand terugkeert, is in elke periode de arbeid
nul. Indien echter de arbeid nul is, in een tijdsdeeltje zoo
klein, dat de krachten als standvastig mogen aangemerkt
worden, en de verplaatsingen der verschillende punten vau
het werktuig als rechtlijnig mogen beschouwd worden , is de
beweging in zulk een tijdsdeeltje eenparig. Dan houden de
krachten elkaar in evenwicht.
Om te onderzoeken of een werktuig onder de werking
van gegeven krachten in evenwicht is, berekent men den
arbeid dier krachten bij zeer kleine verplaatsingen, die wille-
keurig zijn, voor zoover zij door de verbinding der deelen
van het werktuig toegelaten worden. Als die arbeid nul is,
verkeert het werktuig in evenwicht. De loodrechte druk-
kingen , die de deelen van het werktuig op elk.aar uitoefenen,
kannen als inwendige krachten buiten rekening gelaten
worden. Iu het volgende hoofdstuk zal deze methode , om
het evenwicht te onderzoeken, met eenige eenvoudige voor-
beelden opgehelderd worden. Bij werktuigen wordt dikwijls
de uitdrukking paardekracht gebezigd; men bedoelt daarmede
een arbeid van 75 kilogrammeters in de seconde.
Bg een veranderlijk lichaam verdwgnt de inwendige arbeid
niet. Daar in elk lichaam een verbazend groot aantal mole-
culen aanwezig is, en tusschen elk paar moleculen krachten
werken, van wier aard weinig bekend is, is de beschouwing
van dien inwendigen arbeid zeer ingewikkeld. De Mechanica
der veranderlgke lichamen is daarom veel moeilijker dan'die
van vaste lichamen.
§ 9. Een lichaam heeft arbeidsvermogen, als het in staat
is, om weerstandsarbeid te verrichten. Men onderscheidt:
arbeidsvermogen van plaats, en arbeidsvermogen van beioeging.
Een gewicht, dat zich op zekere hoogte boven de aard-
oppervlakte bevindt, heeft ten opzichte van dat oppervlak
arbeidsvermogen vau plaats.
Indien in fig. 10, ö en G' twee gelyke gewichten voor-
stellen, die door middel van een koord, dat over eene
schgf loopt, verbonden zijn, heeft het gewicht G arbeids-