Boekgegevens
Titel: Leerboek der mechanica
Auteur: Michaëlis, G.J.
Uitgave: 's Hage: Henri J. Stemberg, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6527
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201432
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke mechanica
Trefwoord: Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der mechanica
Vorige scan Volgende scanScanned page
1Ö7
Heeft liet licbauiu geene wentelende beweging, dan volgt
hieruit:
M -- M
en dus V V„,
de snelheid is bij het begin en het einde vau het beschouwde
tijdsverloop dezelfde. Omgekeerd als een lichaam by liet
begin eu bij het einde van een tijdsverloop dezelfde snelheid
heeft, is de geheele arbeid in dat tijdsverloop nul, hoe ook
in dien tijd de beweging gewijzigd moge zijn.
Kiezen wij als voorbeeld een spoortrein; er komeu twee
verschillende soorten van uitwendige krachten voor : de stoom-
kracht, welke de oorzaak der beweging is, de wrijving en
andere weerstanden, welke de beweging tegenwerken. Als
de trein zich in beweging stelt, neemt gedurende zekeren
tijd de snelheid toe, de positieve arbeid van de stoomkracht
is grooter dan de negatieve arbeid van de weerstandbiedende
krachten, welke gewoonlijk weerstandsarbeid wordt genoemd.
Na eeuigen tijd wordt de beweging eenjoarig; dan is de
positieve arbeid even groot als de negatieve, dus de geheele
arbeid nul; de krachten houden elkander in evenwicht. Sluit
men de stoomkraan, dan houdt de beweegkracht op, de
positieve arbeid verdwijnt, maar de weerstandsarbeid blijft
bestaan; dientengevolge vermindert volgens vergelijking (5)
de levende kracht en dus de snelheid, tot de trein iu rust
is gekomen. Men kan dit laatste proces verhaasten door
remtoestellen; dit zijn lichamen, die tegen de raderen aan-
gedrukt kunnen worden, waardoor de wrgving vermeerdert,
de weerstandsarbeid toeneemt, en dientengevolge de trein
spoedig tot stilstand wordt gebracht.
§ 8. Werktuigen dienen, zooals wij in hoofdstuk IV
meedeelden, om bewegingen over te brengeu; dit geschiedt
tot de meest verschillende doeleinden, om bv. een gewicht op
te hijschen, om een lichaam in horizontale richting voort
te bewegen, enz. Bij de werktuigen is vooreerst eene beweeg-
kracht voorhanden, die gedurende de beweging positieven
arbeid verricht; deze beweegkracht is bv. de spierkracht vau