Boekgegevens
Titel: Leerboek der mechanica
Auteur: Michaëlis, G.J.
Uitgave: 's Hage: Henri J. Stemberg, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6527
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201432
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke mechanica
Trefwoord: Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der mechanica
Vorige scan Volgende scanScanned page
145
dan G X El), dan wordt het lichaam over het vlak ver-
schoven. De beide eveuwichtsvoorwaarden zijn dus:
K=/G.
K X ZE = G X ED

d. w. z. deze vergelijkingen geven de grenswaarden aan,
waarbij het evenwicht nog mogelijk is.
§ 10. Beschouwen wij een lichaam op een hellend vlak,
onder de werking der zwaarte. Als er geen wrgving ware,
zou de kracht G" (zie figuur 9), het lichaam langs het
vlak doen gig den.
Indien er daarentegen wrijving is, zal eerst beweging ont-
staan als G" eene zekere grenswaarde overtreft. Die grens-
waarde is ook in dit geval de loodrechte drukking, ver-
menigvuldigd met den wrijvings-coëfficent. Dus moet dan:
G sin a — fG cos «
of /= tang a ... .
(10).
De hoek, dien G met de loodrechte drukking maakt,
GZG' = a ■ Wij zien hieruit, dat een lichaam onder den
invloed van zgn gewicht in evenwicht is op een hellend
vlak, als de hoek, dien het vlak met den horizon maakt,
gelijk is aan den wrijvingshoek. Als de helling van het vlak
grooter is dan de wrijvingshoek, glijdt het lichaam naar
beneden,
Men kan ook met inachtneming der wrgving eene kracht
K bepalen, welke den hoek /ï met het vlak maakt, en het
lichaam in evenwicht houdt. Men kan twee grenswaarden
van de kracht K aangeven, tusschen welke het evenwicht
blijft bestaan. Bij de eene zou bij de minste vermeerdering
van K het lichaam zich in de richting A B bewegen; bij de
andere grenswaarde is de kracht nog juist groot genoeg,
om het afglgden te voorkomen. Om de eerste waarde te
berekenen, denkt men zich weder de krachten, die op
het lichaam werken, ontbonden in eene richting, die even-
wijdig is met het hellend vlak en in eene richting, die
loodrecht is op het vlak.
10