Boekgegevens
Titel: Leerboek der mechanica
Auteur: Michaëlis, G.J.
Uitgave: 's Hage: Henri J. Stemberg, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6527
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201432
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke mechanica
Trefwoord: Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der mechanica
Vorige scan Volgende scanScanned page
144
staat. Men bedoelt met de vraag altijd, om de grenswaar-
den van de kracht aan te geven, waarbij het evenwicht nog
mogelgk is.
Als de wrijving buiten rekening gelaten werd, bevonden
wij, dat het voor het evenwicht van een lichaam op een
horizontaal vlak een vereischte was, dat de resultante der
krachten verticaal door het steunvlak ging. Wordt de
wrijving in rekening gebracht, dan vindt men eene andere
voorwaarde: indien de kracht, die de wryving overwint (zie
figuur 13), met de verticale drukking wordt samengesteld,
vindt men de resultante R. Deze maakt met de verticaal
een hoek a, en in den rechthoekigen driehoek EGR is:
tang«.= | = i|: =f........(8).
Daar f standvastig is voor lichamen met gelijksoortige
oppervlakken, is de hoek «, dien de resultante der krach-
ten met de verticaal nog kan maken, zonder dat het even-
wicht verbroken wordt, standvastig. Men noemt dezen hoek
den tvrijvingshoek. De tangens van dien hoek is gelijk aan
den wa-ijvingscoëfficient. De wrijvingshoek zal verder met
de wrijvingscoëfficient met f worden aangeduid.
Indien men de lijn ER om ZG als as laat wentelen,
doorloopt zij het oppervlak eens kegels; als de resultante
binnen den kegel ligt, is er evenwicht; valt zij er buiten,
dan is het evenwicht verbroken.
Wij onderstelden in figuur 13, dat de kracht K in de
onmiddellijke nabijheid van het steunvlak werkte, dus in
tegengestelde richting met de wrijving.
Als de horizontale kracht echter in het zwaartepunt Z
aangrijpt, kan deze kracht in evenwijdige richting naar het
punt E worden overgebracht; daarbij ontstaat een koppel,
waarvan het moment is K x ZE; als dit moment grooter
is dan G x ED, maar de kracht K de wrijving niet over-
wint, zal volgens § 7 het lichaam kantelen om de vaste
ribbe I). Is daarentegen de kracht K grooter dan de tegen-
stand der wrijving en het moment van het koppel kleiner