Boekgegevens
Titel: Leerboek der mechanica
Auteur: Michaëlis, G.J.
Uitgave: 's Hage: Henri J. Stemberg, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6527
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201432
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke mechanica
Trefwoord: Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der mechanica
Vorige scan Volgende scanScanned page
WW M
129
§ 3. Vaste lichamen, die elkaar aanraken, oefenen
krachten op elkander uit, die men den naam van druk-
kingen heeft gegeven. Zij moeten natuurlyk bij het onder-
zoek naar het evenwicht in rekening worden gebracht.
Dit boek bv. is op een horizontaal vlak in evenwicht.
Behalve de zwaarte werkt er dus eene even groote kracht
in tegengestelde richting op. Zij is de loodrechte druk-
king, welke het vlak op het boek uitoefent. Volgens het
beginsel, dat actie gelijk is aan reactie, ondervindt ook
het vlak eene even groote drukking, in verticale rich-
ting. Als op het boek een ander voorwerp geplaatst wordt,
blijft het nog in evenwicht; de loodrechte drukking, die
het dan ondergaat, is gelijk aan de som der gewichten van
dat voorwerp en van het boek. Deze drukking is, zooals
men ziet, eene kracht van veranderlijke grootte; zij hangt
af van de krachten, die op het lichaam werken.
De oppervlakken van lichamen onderscheiden zich door
hunne meerdere of mindere gladheid; om te onderzoeken,
welken invloed dit heeft op het evenwicht der lichamen,
welke met elkaar in aanraking zijn, beginnen wy weder
met het voorbeeld van dit boek, dat op een horizontale
oppervlakte geplaatst is. Men neemt waar, dat een horizon-
tale kracht niet altgd beweging veroorzaakt. Eerst als die
kracht eene bepaalde waarde bereikt, ontstaat beweging;
er wordt dus ook in horizontale richting eene drukking op
het boek uitgeoefend. Deze drukking draagt den naam van
wrijving.
In welke richting de horizontale kracht ook werkt,
het evenwicht blijft bestaan, zoolang zy eene bepaalde
grootte niet overschrydt. In die verschillende richtingen
wordt de kracht door de wrijving opgeheven; deze heeft
eene veraaderlgke grootte en richting, tegengesteld met de
kracht, die beweging tracht te veroorzaken. Hoe groot de
horizontale kracht moet wezen, om het lichaam over het
vlak te bewegen, hangt o. a. af van den aard der opper-
vlakken , die met elkaar in aanraking zijn. Plaatst men een
lichaam op eene gs-vlakte, dan zal er eene veel geringere
9