Boekgegevens
Titel: Leerboek der mechanica
Auteur: Michaëlis, G.J.
Uitgave: 's Hage: Henri J. Stemberg, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6527
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201432
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke mechanica
Trefwoord: Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der mechanica
Vorige scan Volgende scanScanned page
128
wicht maken door eene kracht, die geliike grootte maar
tegengestelde richting heeft met deze resultante.
Een voorwerp, dat vrij valt, verkrijgt door de aantrek-
kingskracht der aarde alleen, ongeveer eene eenparig ver-
anderlijke beweging. Men neemt echter waar, dat zulk een
voorwerp, een regendi-oppel b.v., op den duur dikwijls eene
eenparige beweging verkrijgt. Dit geschiedt, omdat, behalve
de aantrekking, die het ondervindt, de weerstand der lucht
in tegengestelde richting werkt; die weerstand neemt toe,
naar mate de snelheid grooter wordt, en is dus eene kracht
van veranderlyke grootte; is zij gelijk geworden aan de aan-
trekkingskracht , dan heffen beide elkander op, er ontstaat
evenwicht, en de beweging wordt dientengevolge eenparig.
§ 2. Wij beschouwden het evenwicht van een lichaam,
dat zich volkomen vrg bewegen kan. Heeft men echter te
doen met een lichaam, dat op de een of andere wyze in
zyne vrije beweging belemmerd wordt, dan is het voor het
evenwicht niet noodig, dat de krachten, welke op zulk een
voorwerp werken, elkaar opheffen. Kan het lichaam b.v.
alleen om eene vaste as draaien, dan zal eene kracht, wier
richting de as snijdt, geene beweging veroorzaken; daar
het aangrijpingspunt in de richting der kracht verplaatst
mag worden, kan men aannemen, dat dit punt in de vaste
as valt; onder den invloed van zulk eene kracht zal het
lichaam dus in evenwicht wezen.
Als een lichaam eene as heeft, langs welke het zich ver-
plaatsen kan, maar die zelve een onveranderlijken stand
heeft, zooals een ring langs een draad, die aan de uitein-
den vast wordt gehouden, is het in evenwicht onder de
werking eener kracht, wier richting de as rechthoekig snijdt.
Wanneer de kracht een anderen hoek met de as maakt,
kan men haar ontbinden in twee componenten, de een in
een vlak rechthoekig op de as, de andere evenwijdig met
deze; aan de werking van laatstgenoemden component staat
geen belemmei-ing in den weg, hij zal het lichaam in een
richting, evenwijdig aan de fis van wenteling, doen voort-
schuiven.