Boekgegevens
Titel: Opgaven ter berekening uit het hoofd voor de leerlingen der lagere school: behoorende bij de Handleiding voor het rekenonderwijs
Deel: Eerste stukje
Auteur: Meurs, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6506
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201430
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opgaven ter berekening uit het hoofd voor de leerlingen der lagere school: behoorende bij de Handleiding voor het rekenonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
3. Hoeveel ballen kan men koopen voor 13 centen als
elke bal 3 centen kost?
4. Mgn vader kocht een pennehouder voor 4 centen;
hoeveel had hij er voor 24 centen kunnen.koopen?
3. Hoeveel eieren kan men koopen voor 32 centen, als
elk ei 4 centen kost?
6. Zes kinderen moesten 24 knikkers deelen. Hoeveel
kan ieder er verkrijgen?
7. Als 32 centen onder 4 kinderen moeten verdeeld wor-
den, hoeveel centen krijgt dan ieder?
8. Een werkman verdiende in 2 dagen 40 stuivers,
hoeveel stuivers was dat per dag?
9. Hoeveel weken zijn 21 dagen?
10. Hoeveel stuivers zijn 30 centen.
§ 16.
1. Hoeveel centen zijn 24 halve centen?
2. Jan heeft de helft van 30 noten gekocht; hoeveel
heeft hij er nu?
3. Hoeveel prenten van 2 centen zoudt gij kunnen
koopen voor 4 stuivers?
4. Onze schapen hebben te zamen 36 pooten. Hoeveel
schapen hebben wij?
3. jSdaria had 24 centen. Een derde gedeelte daarvan
gaf zij uit voor garen. Voor hoeveel centen kocht zij ?
6. Hoeveel is de helft van 7x12?
7. Dirk heeft S centen minder dan 7 x H. Hoeveel
centen heeft Dirk?
8. Hoeveel bedraagt S maal het derde gedeelte van 12?
9. Als iemand in O dagen 12 gulden verdient, hoeveel
__is dat dan per dag?
10. Ik wensch 36 prenten aan 4 hoopen te leggen; hot-
veel prenten komen er aan iederen hoop?