Boekgegevens
Titel: Opgaven ter berekening uit het hoofd voor de leerlingen der lagere school: behoorende bij de Handleiding voor het rekenonderwijs
Deel: Eerste stukje
Auteur: Meurs, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6506
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201430
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opgaven ter berekening uit het hoofd voor de leerlingen der lagere school: behoorende bij de Handleiding voor het rekenonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
3. Nu nog:
De helft
De helft
De helft
Een derde
Een dorde
Een vijfde
Een zesde
Een vijfde
4.
5.
6.
7.
9.
10.
van 16 is 4 is de helft van
van 18 is 6 is de helft van
van 20 is 12 is do helft van
van 12 is 5 is een derde van
van 24 is 4 is een derde van
van 32 is 10 is oen vierde van
van 20 is 12 is een vierde van
van 10 is 6 is een vijfde van
van 24 is 7 is een vijfde van
van 40 is 8 is een zesde van
Hoeveelmaal is 2 begrepen in 11, 15, 17, 15, 19
on hoeveel blijft er dan telkens over?
Hoeveelmaal is 5 begrepen in 11, 17, 2.1, 29 en
hoeveel blijft er - dan telkens over?
Hoeveelmaal is 4 begrepen in 9, 10, II, 13, 17 en
hoeveel blijft er dan telkens over?
Zeg eens, hoeveelmaal S in 8, 11, 12, 13 en 27
begrepen is en hoeveel er telkens overblijft?
Bereken ook, hoe dikwijls men 6 van 8, 9, 15,
13 en 20 kan afnemen en hoe groot telkens het
overblijvende is.
Geef ook op, hoeveelmaal 7 in 12, 15, 16, 22 bevat
is en wat iedere keer het overschot is.
Hoeveelmaal is 8 in 12, 15, 17, 23 en 33 bevat en
wat blijft er over?
§ 15-
1. Hoeveel koekjes van 2 centen kan men koopen voor
16 centen?
2. Als eene geit 8 gulden kost, hoeveel geiten kan men
dan koopen voor 32 gulden?