Boekgegevens
Titel: Meetkundig leer- en rekenboek, of handleiding in de vormleer bij het gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-weeshuis, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6498
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201425
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundig leer- en rekenboek, of handleiding in de vormleer bij het gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
'J7
456. In een cirkel heeft men een regelmatigen zeshoek
beschreven en daarin al de diagonalen getrokken , waaronder
3 groote en 6 kleinere zijn. Hoe lang is elke groote en elke
kleine diagonaal, als de straal van den cirkel 7 cM is?
* 457. Beschrijf een quadraat ABCD; construeer nu daarom
een halven cirkel, zoodanig dat de zijde AB op de middel-
lijn EF rust, en de punten C en D in den omtrek vallen.
Bereken ook de oppervlakte van het quadraat op de mid-
dellijn , als AB 2 cM lang is.
* 458. Elke loodlijn van den omtrek op de middellijn is
middelevenredig tusschen de deelen waarin zij die middellijn
verdeelt. Toon dit aan uit den driehoek, dien men verkrijgt,
als men den top van zulke loodlijn met de uiteinden der
middellijn verbindt, en zeg dan welke evenredigheden hieruit
bij de figuur van de vorige opgave voortvloeien.
Fig. 166. * 459. Om het quadraat ABCD
(fig. 166) is een halve cirkel
beschreven, en op BF weder
het quadraat BFHI; als nu Hl
tot in K verlengd wordt, zoo
vraagt men te bewijzen, dat
rechthoek AFHK = quadraat
ABCD, en rechthoek DCIK = quadraat BFHI is.
* 460. Als dus eene lijn AB gegeven is, hoe zoudt gij dan
op het verlengde dier lijn met den passer twee punten F en
G kunnen bepalen , zoodanig dat AF : AB = AB : BF =
BF : FG ? En als Al? 2 M lang was, hoeveel mM zouden
dan de overige hier genoemde afstanden bedragen ?
461. Hoeveel oppervlakte heeft een cirkel, die 52,8 dM
omtrek heeft ?
462. Waarmede moet het vierkant van den omtrek des
cirkels vermenigvuldigd worden , om de oppervlakte te ver-
krijgen ? Waarom ?
463. De middellijn der zon is 112 maal die der aarde;
hoeveel maal is de oppervlakte der aarde op die der zon
begrepen ?
2 7