Boekgegevens
Titel: Meibloempjes: een leesboek voor de middelste klasse der katholieke meisjesscholen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1880
Haaren: J. Cuyten
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201413
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meibloempjes: een leesboek voor de middelste klasse der katholieke meisjesscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Frans. Of ik, Anna! Het wordt tijd, wat geld
te besparen ; anders zal er van versieren niet veel
komen.
Mina. Het zou toch jammer zijn, als wij dan
ons fraai Lieve-Vrouwenbeeldje zoo maar zonder
bloeme:\ of kaarsen lieten staan.
Anna. Dat zou het zeker; maar hoe zullen wij
'tnu aanleggen, om wat centjes bijeen te krijgen?
Frans. Ik weet een middel. Ieder legt zijn zon-
dagschen cent ter zijde, dan is er gauw een gulden
bij elkaar.
Anna. Daar zegt ge zoowat, Frans ! Maar een
gulden is geene kleinigheid. Meent ge, dat wij
dien met onze speelcenten kunnen bespaard krijgen ?
Mina. Reken het eens uit, Anna.
Anna. Deze maand heeft, vandaag meegerekend,
vijf Zondagen, Februari vier, Maart vijf. April
vier; — dat is te zamen achttien Zondagen. Op
een Zondag leggen we drie centen op zij , dat maakt
op achttien Zondagen achttien keer drie centen.
Twintig keer drie centen is zestig centen , en daar
twee keer drie of zes afgetrokken, dat geeft precies
zestig min zes of vier en vijftig centen.
Mina. Dan is er — wacht eens — nog zes en
veertig centen te kort.
Frans. Maar wie zegt, dat het ook juist een
gulden moet zijn ? Voor vier en vijftig cent kunnen
we al heel wat koopen.
Anna. Gij hebt gelijk, Frans. Dus dat, blijft