Boekgegevens
Titel: Meibloempjes: een leesboek voor de middelste klasse der katholieke meisjesscholen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1880
Haaren: J. Cuyten
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201413
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meibloempjes: een leesboek voor de middelste klasse der katholieke meisjesscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
18. De kletne dichteres.
« Liza , luister eens, ik heb hier een versje,
dat wil ik u eens voorlezen."
« Ik ben al geheel oor, Antje."
« Maar dan moet ge niel lachen , hoor.'*
«Lachen? wat zijn dat nu voor malle praatjes?
Begin maar gauw."
De stegen zijn smal en de straten zyn breed ;
De kelder is koel en de kachel is heet;
De koning is rijk en de beedlaar is arm ;
De winter is koud en de zomer is warm;
De reuzen zijn groot en de dwergen zyn klein ;
De kabels zijn grof en het garen is fijn;
De steenkool is zwart.....
«Zie je wel, Liza, je lacht er mee; je
moet niet lachen , heb ik gezegd."
« Wel, Antje , moet ik dan schreien ? Ik lach
van klinkklaar pleizier, omdat ik 't zoo mooi
vind. Lees toch maar gauw verder."
De steenkool is zwart en de hagel is blank ;
De boden zijn vlug en de kreuplen zijn mank;
De slangen zyn slim en de ganzen zijn dom ;
De vooglen zyn praatziek, de visschen zyn stom ;
De veder is licht en het ijzer is zwaar;
De dagen zijn vroolgk , de nachten zijn naar.