Boekgegevens
Titel: Meibloempjes: een leesboek voor de middelste klasse der katholieke meisjesscholen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1880
Haaren: J. Cuyten
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201413
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meibloempjes: een leesboek voor de middelste klasse der katholieke meisjesscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
Nommer twee is de beuk met zijn gladden stam.
De bladeren van den beuk zijn zeer dicht, en bieden
ons eene koele beschutting aan, als wij vermoeid en
bezweet zijn van de wandeling. Dan volgen de lin-
deboom en de populier. De eerste verschaft ons
lindebloesem, waarvan men thee kookt voor zieke
menschen. Van den populier heeft vader mij wel
eens verteld, dat zijne bladeren, precies als kleine
kinderen, nooit stil kutinen zijn.
De witte beuk verdient ook genoemd te worden;
en als ik den dcnneboom vergat, dan was ik zeker
nooit in een bosch geweest, want dié treft men er
het meest aan. Onze zandboer levert ons ieder jaar,
tegen den winter, eenige zakken pijnappels, waar-
mede ivij de kachel aansteken.
Op de boomen volgen de vogelen ; die geven ook veel
te zien, want er zijn er van allerhande grootte en
kleur. En ook geven zij wat te hooren: 't is een
ge/luit en gesnater, den ganschcn lieven dag door!
De groene specht klopt op den eik,
De zwarte kraai staat op den kijk,
Mejuffrouw ekster snapt en lacht,
De tortelduif kirt droef en zacht;
De wielewaal wiegt zich in 'tnest,
De koekoek roept en lacht om 't best;
Maar lijster, vink en nachtegaal
Die spreken wel de schoonste taal.