Boekgegevens
Titel: Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Doesborch: Kets & Lambrechts, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-644
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201365
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
»Man, gij maakt mij bang. De kinderen zijn
immers zoo onschuldig."
Onschuldig komen zij zekeilijk uit de hand
der natuur, want zij brengt niets onreins voort.
Maar de mensch heeft zich door de zonde den ze-
gen in vloek veranderd, en meermalen sluimert
reeds in den jeugdigen knaap de vloekwaardige
wandaad des ontzenuwden vaders."
»Spreek niet zoo ernstig, lieve ALBRECHT ! —
Keeds ontvloeit aan het moederoog een sombere
traan."
»Eene ernstige zaak behoeft een ernstig woord.
Een ontaarde, verwijfde eeuw — en zoodanig is,
bij allen uiterlijken scliijn, de onze — indien zij
nog door iets te redden is, kan slechts door
scherpe , krachtigwerkende middelen gewekt en ver-
beterd worden! — Ü! kon ik met duizend tongen
den wellusteling even zoo wel als der ontaarde
vrouw in het oor donderen: vloek zaait gij; vloek
zult gij oogsten hier en daarl Uier reeds aan uw
eigen ligchaam en aan hen, die u het dierbaai'St
zijn, aan uwe lieve kinderen; daar aan uwe en
aan hunne onsterfelijke zielen! — Ween niet, mijne
dierbare vrouw. Wij hebben ons niets te verwijten,
en met Gods hulp kan nog zal ons die vloek niet
treffen. Evenwel die meent te staan , zie toe dat
hij niet valle ! Wij'zijn allen zondaars, en daarom
zij ons diep ingeprent: waakt en bidt! — Doch
hierover willen wij nader spreken; bepalen wij ons
nog een oogenblik bij het punt, waarvan wij zijn
uitgegaan , uwe vrees namelijk, dat gij niet alle ge-