Boekgegevens
Titel: Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Doesborch: Kets & Lambrechts, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-644
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201365
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Vorige scan Volgende scanScanned page
loozing des ligchaams door overmatig genot, door
te groote inspanning, door onnatuurlijke kleeding
niet te weeg brengen? Iloe komt het niet minder
aan op de gesteldheid der ziel, en wat moet het
zijn, indien zij zich aan verkeerde lusten , begeer-
ten en neigingen overgeeft, zich door eigenzin,
door drift, door gramschap laat vervoeren, en
diep schokken ? De verbindtenis tusschen de on-
geborene vrucht en de moeder is te naauw, te
innig, dan dat ligchamelijke en geestelijke be-
roeringen niet op dezelve eenen merkbaren ia-
vloed zouden uitoefenen. Waarom vergeet men
dit, en worden aldus tallooze redelijke wezens door
eene verkeerde behandeling des mans, en niet
minder door het onverstand der vrouw, reeds in
den schoot der moeder schandelijk verwaarloosd?
Hoe geheel anders was het bij onze brave echtge«
nooten. »Gij maakt het mij al te gemakkelijk, lieve
albrecht," zeide eenmaal maria tegen hem, toen
hij wederom zoo veel uit den weg geruimd, en
eenige andere bezigheid voor haar verrigt had,
»zijn dan uwe werkzaamheden niet menigvuldig
genoeg?" »En waarom zou ik dat niet, dierba»
re vrouw; is dan niet te groote inspanning voor
u en voor onze zoete hoop hoogst nadeelig ? Zie
dat zwaluwenpaar aan ons dak, hoe het manne-
tje zicli afmat en zorgt; wilt gij , dat ik onverstan-
diger handel, dan een dier, hetwelk God deze na-
tuurdrift heeft ingeschapen?" — »Beste man" ant-
woordde maria met eenen zielvollen, bijna trot-
schen blik, »ik we,et het wel, dat gij telken maal