Boekgegevens
Titel: Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Doesborch: Kets & Lambrechts, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-644
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201365
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Vorige scan Volgende scanScanned page
2GS
deszelfs slem , die haar in den droom zoo liefde-
rijk toefluistert, dat haar broertje spoedig gene-
zen zal. O , ziet het nog eenmaal, hoe vriendelijk
zij lacht, en hoe zacht en onmerkbaar zij. adem-
haalt! Ja, dierbaar kind, wij willen uwen slaap
niet hinderen, uwen zoeten droom niet storen.
Rust zacht! God heeft uw gebed reeds verhoord ;
de kleine jacob slaapt heel kalm , en de goede
moeder, die aan zijn bedje zit, is ook ingeslui-
merd. Vermoedelijk was maria's laatste gedachte
een stil gebed tot den hemelschen Vader. Ja,
waarlijk het is zoo. Luistert slechts. Haar mond
beweegt zich zacht, en spreekt: »Heer niet mijn
maar uw wil geschiede!" Ziet daar, waar de
ziel vol van is. Ook den bitteren kelk wil zij
onderworpen drinken, eu Gods vaderlijke wijsheid
en goedheid demoedig erkennen.
» Maar tkentje, wat doet gij nu reeds weer
op; het is pas twee uur? Waarom sluipt gij
zoo zoetjes naar het krankbed ? O ! ik weet
bet, uwe zorgvuldige moeder wilde u niet bij den
kranken broeder laten waken , en nu vermijdt gij
haar wakker te maken. Gij hebt regt, want in
drie nachten beeft de brave moeder niet geslapen.
Maar pas ook op u zelve, dat gij u niet te veel
vermoeit. Waarlijk , gij zult eenmaal eene voortreffe-
lijke ziekenbewaarster worden. Hoe behooilijk geeft
gij uw broertje de artsenij in , en met welk eenen aan-
drang bidt gij hem , de lieve moeder toch niet te
wekken. Hoe zorgvuldig hebt gij op het uur ge-
let, opdat hij ter regter tijd inneme, en het g«-