Boekgegevens
Titel: Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Doesborch: Kets & Lambrechts, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-644
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201365
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Vorige scan Volgende scanScanned page
265
onreinheid is 5 de Alwetende Iaat zich niet bedrie-
gen. Verre, geheel verre zij van mij de gedach-
te , als of de Allerhoogste ons moest of zou willen
genadig zijn , hoedanig wij ook voor zijn heilig
aangezigt verkeerden. Neen, wie moedwillig de
zonde blijft aanhouden, durft niet op Hem ho-
pen. Waarachtig toch is zij, die uitspraak van
Johannes: indien ons hart ons veroordeelt^
God is meerder dan ons hart , en Hij kent
alle dingen.'^
Met deze heldere begrippen vervuld , zocht zij
dan ook het gebed vooral dienstbaar te maken aan
der kinderen meerdere getrouwheid in den arbeid ,
hun opgelegd, en niet minder aan de bevordering van
derzelver reinheid en vroomheid. En zij meende,
dat allen, die gevoelden, hoe volstrekt noodzake-
lijk zulks was , in hun gemeenzaam verkeer met
den Oneindige, het beste hulpmiddel moesten
vinden , om in al wat goed is toe te nemen. » is
Hij dan niet de Alwetende en de Heilige, die
geen kwaad duldt?" vroeg zij dikwijls zich zelve
af. »Hoe is het mogelijk, met Hem kinderlijk om
le gaan , en evenwel traag en zorgeloos te blijven ,
en aan het kwade den vrijen to'^gang te verleenen ?
Neen, hij die in opregtheid bidt, en zich waarlijk
voorstelt, wie God is, moet in alles naauwgezet-
ler, moet met hart en wandel vromer worden.
En zou ik dan mijnen kinderen den besten steun
des levens onthouden? dat ware gewetenloos. Tof
Hem wil ik hen voeren eiken dag, elk oogenblik;
iedere gelegenheid zal Ik daartoe aangrijpen. Aan