Boekgegevens
Titel: Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Doesborch: Kets & Lambrechts, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-644
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201365
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Vorige scan Volgende scanScanned page
280
omgang met den Oneindige , om alzoo licht en kracht
te ontvangen op hunnen levensweg. Zelfs onze
geëerbiedigde Heiland , hoe oneindig verheven bo-
ven al wat mensch is , loonde door zijn voorbeeld,
welk eene hooge waarde het gebed heeft. Nie-
mand der stervelingen kan regt vroom zijn, of
op den zegen en de goedkeuring Gods hopen , die
niet gaarne voor Hem zijne smeekingen uitstort."
Maar, terwijl albrecht's gade aldus sprak,
ging zij te gelijk elk misbruik, elke verkeerdheid
tegen , die zoo vaak met het gebed verbonden is.
Dagelijks zag zij , dat velen ja baden , maar hun
beroep verwaarloosden, onbedacht en zorgeloos
voortgingen 9 niet beier niet reiner werden. Bidt
€?1 werkt dit prentte zij met allen ernst den
haren in. Innig gevoelde zij het, dat juist in
dit vertrouwend naderen tot den Oneindige, in die
bewustheid, dat Hij wijsheid, bijstand en zegen
schenkt aan allen, die Hem verwachten , de krach-
tigste -prikkel, de sterkste aanmoediging lag, om
met rusteloozen vlijt te doen , wat de hand vond,
om te doen. Ja, niet genoeg was het haar , lot
getrouwe werkzaamheid aan te sporen; »wie regt
bidt," zeide zij dikwijls lot zich zelve, »moet
in alles bedachtzamer, moet reiner en heiliger
worden. Wat toch baat het, den Alwetende met
de lippen Ie naderen, terwijl het hart verre van
Hem is ; welke waarde heeft dal uiterlijk vertoon
van vroomheid , indien het binnenste niet opregt
voor den Heer is. Vergeefs dat men met gewassene
handen lot God komt, terwijl het gemoed vol