Boekgegevens
Titel: Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Doesborch: Kets & Lambrechts, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-644
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201365
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Vorige scan Volgende scanScanned page
259
kinderen met de gedachte aan God vervulde, en
hunne harten voor Hem zocht te stemmen , waak-
te zij met allen ernst, dat onder hunne vrome
gevoelens zich geene slaafsche vrees mengde.
Neen, met den diepsten eerbied voor Hem zocht
zij het innigst vertrouwen en de reinste liefde te
verbinden. Daarom was zij onvermoeid bezig
hunne godsdienstbegrippen te reinigen en te lou-
teren , en hen duidelijk te doen verstaan , wat de
Onzienlijke door de natuur, door het menschelijk
leven en door zijn heilig woord van zich zeiven
openbaarde. Zij deed alles, om hun de taal van
Hem , die op zoo vele verschillende wijzen tot de
bewoners dezer aarde spreekt, regt te doen ver-
staan. En was het wonder, dat zij eindelijk deze
taal verstonden, en het hun was, als lazen zij
die in een opengeslagen, voor hen volkomen vei'-
staanbaar boek ? Met het onderwijs vereenigde
zich , even als overal, niet alleen der moeders,
maar ook des vaders voorbeeld. Of zagen de kinde-
ren het niet, hoe hunne ouders zich gedurig voor
God verootmoedigden, zijne genade afsmeekten , en
van Hem kracht vroegen lot alle goede werk?
Hoorden zij het niet, hoe beiden, wanneer de
dag aanbrak, Hem verheerlijkten, vóór en na
den maaltijd dankend en biddend tot zijnen troon
naderden , en bij het naderen van den nacht, even
zoo wel als aan den morgen, zich en de hunnen
aan zijne almagtige hoede opdroegen. Er ging
geene gewigtige gebeurtenis voorbij, die hen niet
hunne blikken prijzend en dankend op God deed
17 *