Boekgegevens
Titel: Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Doesborch: Kets & Lambrechts, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-644
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201365
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Vorige scan Volgende scanScanned page
260
deren het grootste nadeel, eu gedragen zich als
derzelver ergste vijanden. Hoe dwaas handelen zij
dus, die te vaak in de tegenwoordrgheid der
hunnen zich daaraan schuldig maken. En waarom
geschiedt zulks ? Omdat hij , getrouw aan zijnen
pligt, na vergeefs aangewende goedheid, eindelijk
met alle gestrengheid de gebreken en verkeerdhe-
den in de jeugdige zielen zoekt uit te roeijen. Uoe
naauwgezetter hij de heilige zaak der opvoeding
ter harte neemt , des te meer is hij vaak der
miskenning en der afkeuring ten prooi." En nog
minder te billijken scheen het haar , wanneer men
den onderwijzer daarom verwijtingen deed, wijl
hij den kinderen somtijds eenigen arbeid opgaf,
om denzelven te huis gereed te maken. Veeleer
zag zij het duidelijk in , dat zich het kind , bij
den meerderen omvang van het jeugdig onderrigt
dezer dagen , tot de sehool moest voorbereiden.
Ja, zij bepaalde zelfs eeu bestemd uur, waarin
zij deze voorbereiding volbrengen, hunne lessen
leeren en de hun opgegevene taak moesten af-
werken. Maar hierbij wachtte zij zich voor een
hoogst schadelijk gebrek, hetwelk zij wel eens
opgemerkt had. Of bestaan er niet vele ouders ,
die niet tevreden , met hunne kinderen eenig-
zints voort te helpen, dit zoo verre uitstrekken,
dat het ophoudt der laatsten arbeid te zijn , en
meer het werk van vader of moeder wordt. Zoo
iets, begreep zij, moest het jeugdig gemoed slechts
ijdel maken. »Gij zult niet pronken met vreemde
vederen" antwoordde zij vaak , wanneer hare kin- i|