Boekgegevens
Titel: Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Doesborch: Kets & Lambrechts, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-644
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201365
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Vorige scan Volgende scanScanned page
211
door dat gedurig verwaarloozen • den zatnenliang
van het onderwijs verliezen , gapingen ondervin-
den en eene slechts stuksgewijze kennis verkrij-
gen. En te spoedig moet zich in het jeugdig
gemoed de gedachte vastzetten, dat het onderwijs niet
iets onontbeerlijks , maar veeleer eene lastige taak
is , waaraan het zich door allerlei listen zal zoe-
ken te onttrekken. Behoeft men zich te verwon-
deren , dat ook bij de betere gesteldheid onzer
scholen, nog zoo vele kinderen in onwetendheid
opgroeijen , en zelfs lezen noch schrijven kun-
nen ? Mag niet hierin de oorzaak worden ge-
zocht, waarom de getrouwheid in de waarneming des
beroeps , de eerlijkheid in handel cn wandel nog zoo
vaak gemist, de zucht voor ongeregelde werkzaam-
heid of trage ledigheid in tegendeel ontwaard wordt ?
Neen, zoo ongelukkig wil ik mijne kinderen niet
maken, zoo verkeerd hen niet opleiden ! Slipt
zullen zij dagelijks ler school gaan, tot zij ge-
noegzaam onderrigt liebben ontvangen. Dit is
thans hunne roeping, eu getrouw zullen zij de*
zelve volbrengen. Het is waar , menigmaal heb
ik hen in huis noodig, vooral zou leentje mij
zeer in de hand komen ; doch neen l daaraan niet
toegegeven , de schade is te groot. Zoo spoedig
er eene gaping in het onderwijs ontstaat, en het
kind iets mist, verstaat het den onderwijzer niet
meer. Zonder de regte opmerkzaamheid zit het
in de school, het heeft tijdverveling, vestigt zijne
aandacht dan op dit, dan weer op iels anders,
zit onder gedurige verstrooijing, en bedrijft aller-
16