Boekgegevens
Titel: Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Doesborch: Kets & Lambrechts, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-644
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201365
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Vorige scan Volgende scanScanned page
grond , dan omdat het kind te vroeg in aila moge
lijke genietingen gestort wordt. Het leert aan ijdele
voorwerpen zijn hart hechten , en zich op dingen
verheffen, die geen eigenlijke waarde bezitten.
Zich gedurig voor de wereld vertoonende , zoekt
het te pronken en te schitteren, en zal zich aan
eenen overdrevenen opschik gewennen. Voor de
reine vreugde des stillen huiselijken levens onvat-
baar, haakt het, van het genot oververzadigd,
steeds naar nieuwe vreugde, tot het al meer en
meer eene prooi word dier jammerlijke zucht naar
verstrooijing, die duizenden in den afgrond des
verderfs stort."
»Waarlijk, maria, gij kunt gelijk hebben. Ik
moet het u bekennen , mijne kinderen snellen van
het eene vermaak tot het andere, en toch, schoon
zij alles volop genieten, zijn zij vaak niet ,le
vreden."
»Niet meer dau natuurlijk, waarde nicht. Waar
ons hart is , daar is ook onze schat. Wat men
altijd en ongestoord geniet, houdt op genot te
wezen, en maakt voor verveling plaats. Eerst na
inspanning smaakt men de regte vreugde. Zij wil
verdiend worden,''''
»Maar, wat zal men doen? Kan men alleen
tegen den stroom opwerken, of mag men achter
anderen terugblijven?"
»Gij schertst. Waarlijk, ik houde het voor eene
jammerlijke ontschuldiging, wanneer zoo iedereen,
om zijne zucht voor genot en verstrooijing goed
te maken, zegt: »ik kan bij anderen niet achter-