Boekgegevens
Titel: Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Doesborch: Kets & Lambrechts, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-644
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201365
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Vorige scan Volgende scanScanned page
209
ikinderen, zij onze erkeoteois, en onder die geLo-
i^en is wel niet de minste : weest barmhartig en
[hulpvaardig. Moge God óns steeds lust geven,
|dezen heiligen pligt le volbrengen, mogen wij ^
ijdoor matigheid en onthouding, iets besparen, om
jjdaarmede den noodlijdenden bij le staan!"
I Was het geen roerend tooneel, waardige moe-
jiders, hetwelk wij daar aan albrecht's en maria's
;disch aanschouwden ? — Mij dunkt, onze Heer en
iHeiland was onder die brave menschen tegenwoor*
!|dig. Of is hel niet zijn woord: wat gij aan dan
gerinsle mijner broederen gedaan hebt ^ hebt
\gij aan mij gedaan? Heil het huisgezin, waar
itzulk een Christelijke gee.st heerscht, waar men
iiontberen kan, om den nood van anderen te ver-
i|ligten ! Ik wil u niet toeroepen, lieve moeders :
doet desgelijks ! Gij vermoedt het reeds van zelf,
zulk eene zelfverloochening, uit zuivere menschen-
liefde voortgevloeid, moet eene vreugde in God
en een gevoel van hemelschen wellust instorien,
iiwaarvoor elk aardsch genot verre, zeer verre
lizwichien moet. Wel is zij waarheid , die uitspraak
van onzen Heer : %alig %ijn de reinen van har*
te; het is zaliger te geven ^ dan te ontvangen*
ilDoor zulk eene geringe zelfbeheersching staat het
'in uwe magt, uwen kinderen reeds op aarde eenen
'hemel te bereiden. Zoeken zij niets dan de bevredi-
ging hunner zinnelijke begeerten, zoo smaken zij
slechts het geuot der wereld, en zij zijn niet vat*
|baar voor de hoogere vreugde eens vromen be-
iwusizijns. Ik zeg u ook niets van de jammerlijke
! 14