Boekgegevens
Titel: Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Doesborch: Kets & Lambrechts, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-644
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201365
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Vorige scan Volgende scanScanned page
193
worpen kind werd. Wel was niet op één oogen-
blik het kwaad geheel uitgeroeid, en vertoonde
zich nu en dan de vroegere verkeerde gezindheid;
wel behoefde hij gedurig een ernstig woord en
een' scherpen blik, maar nimmer ontaardde zijn ei-
genzin op nieuw in zulk eene halsstarrigheid en
weerspannigheid, als wij sedert eenigen tijd, met
waar verdriet, bij hem moesten opmerken. De
jwijze hei'adene ernst der ouders behaalde de volle
zege, en bragt bij hem de weldadigste verande-
ring te weeg.
Niets vurigers, lieve moeders, wensch ik,
dan dat gij bewaard wordt voor kinderen, die
met onstuimige weerbarstigheid uwen wil weerstre-
ven. Maar is dit uw lot, o handelt dan met wijze
iiomzigtigheid en bedaarden ernst. Is het welzijn
ïder uwen aan uwe moederharten dierbaar, zoo
■volgt ook nu weer maria's voorbeeld na. Valt u
;pen verstandig en bedachtzaam echtgenoot ten
üleele, laat dan de vader tuchtigen. Moge al het
geschrei des kinds uw gevoel hevig aangrijpen,
leb de kracht u zeiven te beheerschen door de
jewustheid , dat zachtheid verderfelijk, strengheid
noodzakelijk is. Wat er geboden is, moet stiptelijk
1 pn aanstonds volbragt worden, en geene kinderlijke
ïigenzinnigheld, geene norsche stijfhoofdigheid mag
dch immer daar tegen verzetten. En nimmer on-
derwinde zich de knaap of het meisje , met vader
ïn moeder te dingen of te handelen^ Maar zijt
lan ook aanstpnds bereid, uwen kinderen vriende-
ijk te gemoet le komen, en hun volle vergiffenis
13