Boekgegevens
Titel: Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Doesborch: Kets & Lambrechts, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-644
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201365
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Vorige scan Volgende scanScanned page
161
gen wind en weder gehard, eene vaste gezond-
heid genoten. De kleine jacob maakte hierop
eene uitzondering, en was veelmeer van natuur
teer en zwak. VVelligt vond deze geaardheid ha-
ren oorsprong uic eenen hevigen schrik, dien al-
brechts gade gedurende hare zwangerheid ontving,
bij gelegenheid , dat de bliksem weinige schreden
van haar af in eenen boom sloeg. Hoe zeer zij
alles in het werk stelde , om de nadeelige gevolgen
van dit ongeval op haren toestand voor te komen,
scheen dit evenwel niet gelukt te zijn. Haar ja-
cob althans was niet gelijk hare overige kinderen,
ja bleef ook , welke moeite zij voor zijne ligcha-
melijke vorming aanwendde, in kracht en sterkte
verre achter zijne broertjes en zusjes terug. Deze
zwakheid deelde zich, gelijk van zelf spreekt, aan
• zijnen geest mede. Beseffende , dat hem veel ont-
bi*ak, loonde hij zich daarom dikwijls morrend en
) verdrietig, gevoelde zich niet te huis in den kring
van vrolijke kinderen , noch nam regt deel in hun-
: ne lustige spelen. Alles, het geringste zelfs, joeg
hem schrik aan , het enkel blaffen van eenen hond
( deed hem angstig rondom zien. Niets durfde hij
wagen , en iedere nog zoo kleine sloot was hem te
breed en le diep. Hel liefst vervoegde luj zich bij
de meisjes. Maar helaas! ook haar spel bedierf hij
door zijn onvriendelijk bestaan, en allen verme-
den hem , indien zulks slechts mogelijk was. Hij
moest zich dus alleen vermaken, want zoo vrees-
achlig hij was in den omgang met knapen, die hem
, in kracht schenen te oveitreffen, zoo gebiedend
11