Boekgegevens
Titel: Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Doesborch: Kets & Lambrechts, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-644
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201365
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Vorige scan Volgende scanScanned page
bijval vinden ? JJe vcrdwaaidc wandelaar vraagt er immers
niet naar, of zijn wegwijzer van honger^ of iager^ stand is ,
maar alleen, of hij de regte paden kent, al mogt ook zijn
gewaad dat eens bedelaars zijn. Zoo zult ook gij , lieve
moeders, aan het eenvoudige optreden van dezen arbeid
geen aanstoot nemen. En evenmin zal het u hinderen^
wanneer de inhoud niet altijd met uwe wijze van zien over-
eenkomt, maar wel eens een onaangenaam gevoel opwekt,
Zoudt gij uw oog alleen vestigen op de bloemen, die door
schitterende kleuren of liefelijke geuren uwe zintuigen stree-
len ? Zijn de geneeskundige planten , hoe bitter ook voor
den smaak, niet oneindig nuttiger, en wordt het gemis
aan uitwendigen tooi en streelenden reuk niet door innerlijke
waarde rijkelijk vergoed? Ik meen eenige aanspraak op
uwe oplettendheid te mogen maken; want uit een vol hart
en met de beste inzigten heb ik geschreven. Ik vraag dan
ook uwe geheele aandacht, en te gelijk , dat gij mij in be-
scherming wilt nemen tegen uwe mannen , die misschien
met het zwaard van hun hoogvliegend verstand op mij aan-
vallen , en mij medoogenloos den doodsteek zullen geven.
Immers^ ik schrijf, gelijk ik reeds zeide, voor moeders uit
den deftigen middenstand. Met dat vertoon van geleerdheid^
hetwelk velen in hunne schriften aan den dag leggen , zijt
gij niet geholpen, maar aan eenvoudige huiselijke spijs het
best gewoon. En hoe verre van schitterenden praal dan
ook mijn werkje verwijderd moge wezen, zoo is het toch zeker, dat
er alle mogelijke vlijt aan besteed is. Ik heb te gelijk mijn
geschrift aan eene moeder voorgelegd, dit ik zeer hoog-
schatte, en door hare goedkeuring aangemoedigd, riep ik
bovendien het gevoelen in van vrienden, voor wie ik geen
minderen eerbied koester. Nu vertuigd, dat ik op eenen
meer algemeenen bijval rekenen mogt, bragt ik mijnen ar-
beid aan de voeten van mannen, die het zich ten taak had-
den gesteld over datgene te rigten, wat op de vorming en
opvoeding des volks betrekking heeft. En ziet, ik smaakte
het genoegen, onaer meev anderen, den prijs iè mogen weg-