Boekgegevens
Titel: Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Doesborch: Kets & Lambrechts, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-644
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201365
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Vorige scan Volgende scanScanned page
120
den tegen elkander uit. De man was uitgegaan-
» Zie Jufvrouw albrecht, dat treft regt goed,
dat gij juist thans hier komt; nu kunt gij zelfs
getuige zijn, welk eene ergenis ik dagelijks ondervind.
Ik heb, gij weet het, op uw voorbeeld mij meer
moeite met mijne kinderen gegeven, doch helaas!
wat baat het mij? O hoe gelukkig zyt gij , dat de
uwen beter gezind , en ook uw man en uwe dienst-
boden geheel anders gestemd zijn!"
» Gij zijt zoo geheel door drift vervoerd. Juf-
vrouw elbas! uw uiterlijk , uwe spraak getuigt
dit. Bedaar een weinig, en laat ten minsten uwe
kinderen uit de kamer gaan. Het is niet goed,
dat zij het gelaat der liefderijke moeder zoo geheel
door toorn ontstemd zien. Kinderen volgen te
ligt iets na. En ook voor u moet die bestendige
ergernis nadeelig zijn,"
» Maar wie kan zich hiervoor behoeden ! Daar
komt mijn man van eene naburige plaats terug,
waar hij iets te verrigten had. Omdat hij niet wist,
of hij vroeg genoeg weer zou tehuis wezen, wilde
hij niet, dat wij hem met het middageten zouden
wachten , hetgeen dan ook niet geschiedde. Nu
wenschte hij iets te gebruiken, daar hij van de
wandeling vermoeid was , en terwijl ik hem brood
en wijn voorzet, vraagt hij te gelijk om kaas.
Maar dezelve was nergens te vinden, en zoo werd
de meid geroepen. Eerst wilde zij van niets welen,
doch op ons beider sterk dringen beschuldigde zij
den knecht, dat die de kaas had opgegeten. Deze
evenwel beweerde bij hoog en bij laag, dat hij zulks