Boekgegevens
Titel: Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Doesborch: Kets & Lambrechts, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-644
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201365
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Vorige scan Volgende scanScanned page
116
Doch gij wilt mij nog wat vragen ? Ziet, aldus
heb ik het gaarne. Gij wilt het weten, waarom ik
u nogmaals bij maria en de haren heb binnenge-
leid? Behoef ik te herhalen, wat ik u reeds bij ons
vorig bezoek herinnerde? Moet niet zulk eene
strikte huiselijke orde op het geheel zedelijk be-
staan der kinderen weldadig werken ? Niets onbe-
tamelijks , niets onwanvoegelijks komt den kinderen
voor oogen; zij hooren geen woord van toorn en drift,
zij zien geen door gramschap mismaakt gezigt. Kan
het anders, of zij moeten daaruit voor zich zeiven
het grootste nut trekken ? Neen, in zulk een gezin
vindt al wat verkeerd is geen voedsel, maar wordt
veelmeer in deszelfs eerste ontkiemen onderdrukt
en uitgeroeid. Vóór wij henengaan, zij u dan
ook de ernstige vraag gedaan : hoe is het in uwe
eigene huizen ? Moogt gij met een gerust geweten
zeggen, dat het daar even zoo ordelijk, even zoo
welvoegelijk toegaat, als in de v/oning van den
braven albrecht en zijne deugdzame gade, o dan
noem ik u zoo gelukkig, en u niet alleen, maar
ook de dierbare panden, door Gods vaderliefde
u geschonken. Blijft met vasten tred het eenmaal
ingeslagen pad bewandelen, en steeds overvloedi-
ger zullen de vruchten zijn, die gij van dit uw
gedrag zult inoogsten. Maar is het anders, ver-
bergt dit dan niet voor u zeiven, en vraagt u
vooral af, bij wie de schuld ligt. Waar ouders
het voorbeeld van wanorde en onbetamelijkheid in
woorden en daden geven, daar moeten de kinde-
ren als van zelf een gelijk bestaan aanwennen; wat