Boekgegevens
Titel: Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Doesborch: Kets & Lambrechts, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-644
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201365
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Vorige scan Volgende scanScanned page
113
pen. Welk een allerliefste kroeskop, men zöu hem
gaarne aan het hart drukken, zoo vriendelijk zien
zijne oogen in het rond! Ziet eens, wat leed het
hem doet, dat hij zijne zuster onvoorziens gestooten
heeft. Hoe beminnelijk vertoont zich zijne kinder-
lijke onschuld ! Maar ook zij heeft hem reeds ver-
geven , en ten bewijze daarvan omhelst zij haar
broertje. Waarlijk, het meisje heeft allen aanleg,
om eene tweede maria te worden. Nu, wij zou-
den dagen lang in hare woning kunnen vertoe-
ven , zonder iets onordelijks te bemerken. Be-
scheiden en vriendelijk vertoonen zich de kinde-
ren, geen uitgezonderd, in hunne eenvoudigeklee-
i ding; met hunne oogen zoeken zij de wenschen
hunner ouders te bespieden, terwijl allen wedij-
vei'en , om dezelve te vervullen. Daar scharen zij
zich rondom de tafel. Niet een enkel onbetame-
lijk woord vloeit er van de lippen , en geene ge-
meene, beleedigende taal spreekt de mond. Stil
en ordelijk, maar toch vrolijk gaat alles toe. Hoe
geheel anders dan in menige woning, waar de kin-
deren razen en tieren, en zelfs aan den gemeen-
schappelijken disch , door ongemanierdheid en een
stout dwingen, vaak het genot der spijzen voor
hunne ouders verbitteren. Gebeurt er ook al iets
verkeerds , dan is een enkele dreigende blik van
vader of moeder genoeg, om de lieve kleinen tot
hunnen pligt te brengen. Doch houden wij ons stil,
want een der oudsten bidt met zoo veel aandacht:
Wij nact ren staam'lend tot uw troon,
En smeeken om nw zegen.
8