Boekgegevens
Titel: Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Doesborch: Kets & Lambrechts, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-644
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201365
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Vorige scan Volgende scanScanned page
111
i zelf weet, dat aan hem niets onreins zijn mag? —■
' Maar nu zoekt gij nog iets, maru's kleederen.
! Zoude gij meenen, dezelve in haar woonvertrek
; of in eene andere kamer hier of ginds te zien
liggen, of achteloos te zien opgehangen ? Waar-
! lijk, dan hebt gij u geheel vergist. Dezelve be-
I vinden zich , behoorlijk afgezonderd, hier in
i| deze kast. Veel kostbaars zult gij wel niet ont-
ij dekken, want van noodeloozen opschik heeft zij
:i een' diepen afkeer, en ook haar huiselijke toe-
! stand laat geen ijdelen pronk toe. Alles is een-
I voudig; en toch moogt gij het naauwkeurig na-
zien , want nergens is eenige vlek te ontwaren.
De netheid en orde , die overal heerschen, zijn
1 niet minder zigtbaar in hare kleederen en in die
I der haren.
En zoudt gij nu niet wenschen, lieve moe-
ders , dat het ook zoo bij u was ? Is eene strikte
orde niet de ziel van alles, is zij voor elke wo-
ning niet het beste sieraad, en bevordert zij
niet de onderlinge welvaart? Verspreiden netheid
i en zindelijkheid niet een' aanminnigen, zacht
aantrekkenden glans over alle voorwerpen; ver-
krijgt niet aldus het eenvoudigste een zeker
sieraad? Hoe bevorderlijk zijn zij te gelijk voor
de gezondheid, en welk eene verhoogde waarde
zetten zij het stille huiselijke leven bij! Laat
dan maria's voorbeeld u steeds voor den geest
zweven. Gewend u aan alles de regte plaats te
geven, en uwen tijd met juistheid te verdeelen;
spaart niet, wat u in ruimen overvloed wordt