Boekgegevens
Titel: Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Doesborch: Kets & Lambrechts, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-644
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201365
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Vorige scan Volgende scanScanned page
102
men zich niet inhouden, de vriendelijkheid en de
bevalligheid harer kinderen te roemen en te prij-
zen. Zij vielen als van zelf in het oog, en bragten
zeker bij velen als onwillekeurig de vraag voort
■wien toch die kleine, nette kinderen toebehoorden.
Maar wanneer ik het u nu beschrijven moest, waar-
door zij zoo algemeenen lof verwierven en, schoon
van geene aanzienlijke en vermogende ouders ge-
Tormd, zooveel welvoegelijkheid bezitten konden,
zou ik onmogelijk in staat zijn, u regt te bevredi-
gen. Er heerschte in hun geheel gedrag iets bij-
zonders en wat aan andere kinderen vreemd was.
Ik heb vele jonge lieden gezien, die ook vrolijk
en lustig naar het doel liepen, den hoogsten boom
beklommen , den bal sloegen , den hoepel voortdre-
ven, zonder dat omstuimig en onbetamelijk razen,
tieren en schreeuwen, maria's kinderen waren
toch evenwel da vlugste loopers en klimmers, de
krachtigste balspelers en de meest geoefende hoe-
peldrijvers , die ik immer zag. Ik ben dikwijls
door vlekken en steden gegaan, waar de lieve
kleinen, voor een oogenblik hunne spelen staken-
de , mij op de straat of hartelijk de hand boden
of regt aardig goeden dag zeiden, en dan weer stil
hunnen weg gingen; maar een zoo aardig en inne-
mend bestaan, als aan MARIa's kinderen eigen was,
moest ik ook nog bij hen zien ontbreken. Ik ben
ook ja meermalen in huizen geweest, waar het
jeugdige volkje mij vrolijk tegenhuppelde, vrolijk
groette, en zich zelfs van mij op den schoot liet
nemen, zonder de oogen neer te slaan of zich