Boekgegevens
Titel: Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Doesborch: Kets & Lambrechts, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-644
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201365
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Vorige scan Volgende scanScanned page
110
IRLBAS, wat zijn wel uwe gedachten hierover?
Ik zou meenen , dat eene moeder aan hare kinde-
ren geen' grooter* schat kan achterlaten, dan wan*
neer zij aldus hun verstand zoekt te vormen.
Die stadsdame had daarom nog een oogenblik
moeten wachten. Gelukkig zijn evenwel niet al-
len zoo vol zucht naar genot en verstrooijing,
zoo van ware, hartelijke belangstelling in de pan-
den, die Gods liefde ons geeft, beroofd, als zij.
Sinds ik overigens Jufvrouw albrecht heb gade
geslagen, en even als zij aan de mijnen meer moei-
te besteed heb , smaak ik van hen meer vreugde ,
en ontwaar in mijn binnenste meer kalmte.
Jufvrouw elbas , ik mag wel zeggen : gij
waart altijd eene wakkere en vlijtige huisvrouw,
wie niet aanstonds elke moeite lot verdriet was.
En , indien ik wel zie, dan is dat onder ons nog
al vrij algemeen. Neen , gij streeft niet enkel naar
genot, gij wilt nuttig zijn voor uwen huiselijken
kring, voor uwe mannen en ook voor uwe kinde-
ren. Wat wij besproken hebben, vergeel gij niet.
Hel komt mij voor, als of gij zeggen wildet: »nu,
wij willen hel eens beproeven. Wij behoeven
maar iets meer met de kinderen te spreken en
het op een' vriendelijker toon te doen. Helpt het
niet, schade kan het toch ook niet." En ik ver-
blijde mij over die betere voornemens, en wensch
u hartelijk geluk en zegen tot derzelver volvoe-
ring. Vergeet slechts bij uwen arbeid God niet ,
dan zal Hij ook u niet vergeten, maar genadig bij-
staan. Gij behoeft daarom den ganschen dag niet