Boekgegevens
Titel: Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Doesborch: Kets & Lambrechts, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-644
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201365
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Maria of Raadgevingen aan moeders, om hare kinderen, naar ligchaam en geest, behoorlijk op te voeden
Vorige scan Volgende scanScanned page
S4
schrikken, en aanstonds naar den geneesheer snel.
len! En mag ik dan veronderstellen , dat gij on-
verschillig zult zijn, wanneer ik beweer: vele
kinderen wassen geestelijk blind op, en deze
blindheid is gevaarlijker dan die des ligchaams.
Wat helpt het, of het uitwendig oog op de ons
omringende dingen staart, indien het oog der ziel
ze op eene verkeerde wijze beschouwt, en ons
oordeel over dezelve valsch is ? Over dat verstan-
delijk zien wenschte ik wat met u te keuvelen,
terwijl wij nu toch zoo bij elkander zitten. Doch
vooraf een klein verzoek. Maakt toch voor die
aanzienlijke Dame uit de stad een weinig plaats ;
zij schijnt nog meer verstoord te zijn dan gij.
Vermoedelijk heeft zij een' jongen knaap te huis ,
die op lange na niet blind is, maar naar hare
gedachten met het oog der ziel regt fiks en hel-
der ziet. Hij weet misschien veel, zeer veel,
welligt meer dan gij of ik. Nu dit zij zoo, als
het wil ! Laat haar zoo digt mogelijk naast mij
plaats nemen, opdat zij , indien haar ten minsten
het geduld niet ontbi-eekt, en geen thee gezel-
schap of eenig ander verstrooijend genot haar
wacht en sterker aantrekt, alles regt duidelijk
verstaan mag. En , nijvere huismoeders, volstrekt
noodzakelyk is het ook niet, dat gij ledig daar
neerzit; neen, het brei- of naaiwerk kan vlij-
tig worden voortgezet; dan verliest gij ook
voor uwe gewone bezigheden geen oogenblik. Ja,
zoo is het goed. En nu zoo allen aan den arbeid,
wil ik u dan verhalen, hoe de verstandige en