Boekgegevens
Titel: Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Auteur: Marin, Pieter; Scheerder, H.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1826
Amsterdam: A. Bakels
2e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6334
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201359
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
Méthode- Familitre.
Voorwaardelyke tijd.
Ik zou hebben.
Gij zoudt hebben.
Hij zou of zoude hebben.
Wij zouden hebben.
Gij zoudt hebben.
Zij zouden hebben,
Zamengeftelde voorwaarde-
lijke tijd.
Ik zou gehad hebben.
Gij zoudt gehad hebben.
Hij zou gehad hebben.
tVij zouden gehad hebben.
. Gij zoudt gehad hebben.
Zij zoudiin gehad hebben.
GEBIEDEfJDE WIJS.
Tegenwoordige of toeko-
mende tijd.
Heb.
Laat hem hebben.
Laat ons hebben.
Hebt.
Laat hen hebben,
BIJVOEGENDE WIJS.
Tegenwoordige of toeko-
mende nju.
Bat ik hebbe.
Dat gij hebbet.
Dat hij hebbe.
Dat wij hebben.
Dat gij hebbet.
Dat zij hebben.
Onvolmaakt verledcne tijd,
nat ik hadde.
Dat gij haddet.
Dat hij hadde.
Dat wij hadden.
Dat gij haddet.
Dat zij hadden.
Conditimnel.
i'aurai»,
'u aurai».
11 aurait.
Nous aurion«.
Vous auriez.
Us auraient.
Conditionnel compote»
Îaurais eu.
u aurais eu.
Il aurait eu.
Nous aurions eu.
Vous auriez eu.
Ils auraient eu.
IMPÉRATIF.
"Présent ou futur.
Aie.
Qu'il ait.
Ayons.
Ayez.
Qu'ils aient,
SUBJONCTIF.
Présent ou jutur.
Q'ie j'aie.
Qje tu aies.
Qu'il ait.
Que nous ayons.
Que vous ayez.
Qu'ils aient.
Imparfait,
Que J'eusse.
Que tu eusse».
Qu'il eût.
Que nous eus«iona.
Que vous eussiez.
1 Qu'ils eussent.