Boekgegevens
Titel: Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Auteur: Marin, Pieter; Scheerder, H.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1826
Amsterdam: A. Bakels
2e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6334
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201359
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Méthode. Pamilihrc. 65
Vrouwelijk meervoud. Feminin plurieU
(Tafels. Sponfen.) {Jahk$. Épongeu)
IC. Mijne ^ uwe ^ zijne, Nom, Mes, tes, ses.
A mes,, ces., se..
Mijne ^ uwe^ zijr^e, Acc, Mes, tes, ses.
ver>buigingen
van de hetrekkelijk hezittende voornaammorden (^pronorns
posse&sifs relatifs') j deze zijn :
Le mien ^ le tien ^ le tien ; les miens ^ les tiens ^ les siens»
La mienne, la tienne , la sienne ; les miennes , les tien*
nes^ les siennes. — Le nôtre ^ le vôtre ^ le leur; la nôtre,
• la vôtre^ la leur; les nôtres^ les vôtres^ les leurs.
Aïs de zelfftandige naannvoorden, waarop deze bezit"
telijke voornaammorden betrekking hebben, in hec
Franscli mannelijk enkelvoud zijn, dan gebruikt men aU
tijd : le mien , le tien , le sien , of le nôtre , le vôtre ,
le kur\ en in bet meervoud: les miens les tiens j les
siens, et les nôtres, les vôtres , les leurs.
Mannelijk enkelvoud. Masculin singulier,
{Zolder, Boom,) (Grenier. Arbre.)
1«. De mijne^ de uwe, de zijne, No)n, Le mien, le tien, le sien,
Fan den mijnen, van den^Ce^u Dû mien , du tien, du
{^uiifen^ van den zijnen» J sien.
/1andenmijnen,aanden\Dat, Au irâen, aü tien , au
{^uwen^ aan den zijnen, \ sien.
4e.I Den mijnen, den uwen Açç, Le mien , le lien, le
\_den zijnen, \ sien.
E