Boekgegevens
Titel: Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Auteur: Marin, Pieter; Scheerder, H.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1826
Amsterdam: A. Bakels
2e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6334
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201359
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
mrnmmtm
Méthode Familière.
Als de zelfrtandige naamwoorden in het Fransch vrouwe,
lijk enkelvoud zijn , en mee eenen medeklinker of eene
luidende h beginnen, dan gebruikt men: la, delà,
à la en la ; en in het meervoudig ook altijd : fes , des,
aux en les :
Féminin singulier,
Nomin.L^ mère.
Vrouwelijk enkelvoud,
le. De moeder.
a^.CDer moeder. \
Pan de moeder, f
l^.T/lan de moeder.^
\Der moeder, j
4c. De moeder.
Vrouwelijk meervoud,
le. De moeders
26 [Der moeders. "1
\Van de moeders.J
3e. T Jan de moeders."
L Der moeders,
4e. De moeders.
Cénit. De la mère.
Dat. A là mère.
Accus. La mère.
Féminin pluriel.
Nomin. Les mères.
Génit, Des mères.
Dat. Aux mères.
Accus. Les mères.
Maar als de zelfdandige naamwoorden in het Fransch
mannelijk of vrouwelijk enkelvoud zijn, en met eene
klinkletter higimen , dan gebruikt men : [',de r,a P, en
/'; en in het meervoud ook altijd: les, des, auxmles:
Mannelijk enkelvoud.
IC. De vriend.
ae.fDes vriends.
' Van den vriend.^
ge. TAan den vriend.'
Den vriend.
4e. Den vriend»
Mannelijk meervoud.
IC. De vrienden,
ze. f Der vrienden.
\Van de-vrienden.^
%^.\Aan de vrienden."
(_ Den vrienden.
4«'. De vrienden.
U 1
Masculin singulier.
Nomin. L'ami.
Génit. De l'ami.
Dat. A l'ami.
Accus. L'ami.
Masculin pluriel-.
Nomin. Les amis.
Cénit. Des amis.
Dat. Alix amis.
Acchs. Les amis.