Boekgegevens
Titel: Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Auteur: Marin, Pieter; Scheerder, H.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1826
Amsterdam: A. Bakels
2e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6334
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201359
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
jS étlmlô PamiUirc,
Azijtu
Mostaaf:d.
Böter.
Eyercn.
IJ ij en, ajuin
Ag-jrkjcs.
Lainoenfap.
Kruidnagelen.
Pectrfdic.
Aicii eet in het nagcregt:
Befchuit.
Kaas,
Vruchten^
Druiven»
Appelen,
Peren.
Néten.-
Hazelnoten^
Perziken.
Abrihozen.
Aardbeziën* '
Kerfcn*
Morellen.
Kruïshesfen.
Roode aalbesfen.
Witte aalbesfen.
Blaauwe besfen.
Fra-nbozen.
i\ïocrbe%lèn, appel.')
Een appclehina^ Chinaas-
\Vereldlijke waardigheden:
Een keizerrijk.
Een keizer.
Eene keizerin.
Een koningrijk
iDiî vinaigre.
Dj b moutarde.
Du beurre.
Des œufs (^eu).
De Foignon.
Des cornichons./
Du jus de citron.
Des clous dc girofle.
Du persil (^pe7'si).
On mange au dessert:
Du biscuit.
Du fromage.
Des fruits.
Des raisins.
Des pommes.
Des poires. (
Des noix.
Des noisettes.
Des pèches.
Des abricots.
Des fraises.
Des cerises.
Des griottes.
Des groseilles vertes.
Des groseilles rouges.
Des groseilles blanches.
Des myrtilles.
Des framboises.
Des mûres.
Une orange douce.
Dignités séculières :
Un empire. ,
Un empereur.
Une impératrice.
Un royaume.