Boekgegevens
Titel: Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Auteur: Marin, Pieter; Scheerder, H.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1826
Amsterdam: A. Bakels
2e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6334
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201359
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
Méthode Familière.
Dc bol.
Dc rand..
Eene das.
Koufen.
Onderkoufen.
Sokken.
Schoenen.
Laarzen.
Laarsjes.
Gespen,
Koufenbanden.
Een zakdoek^
Paninjfels.
Kant,
Knoopen,
Handfchoenen.
Eene mof.
Een degen.'
Een rotting.
Een, horolcgie.
'-'■■"Etne tabaksdoos.
Eene fniiifdoos.
De \Touwen dragen:
La forme.
Le bord.
Une cravatte.
Des bas.
Des chaussettes.
Des chaussons.
Des souliers.
Des bottes.
Des bottines.
Des boucles.
Des jarretières.
Un mouchoir. .
Des pantoufles. .
De la dentelle.
Des boutons. •
Des gants igan).
Un manchon.
Une dpée.
Une cwat ' (kane).
Une montre.
Une bbîte à tabac.
Une tabatière.
Een japon. .
Een jak.
Een rok.
Een onderrok.
Een nachtgewaad.
Een rijglijf, een korfet.
Een veter'.
Een boezelaar.
Een breizak, eene ridicule.
Een jlutjer.
Een parelfnoer.
Linten.
Les 'femmes portent :■
Une robe.
Un casaquin.
Une jupe.
Un jupon.
Un déshabillé (11 wo«///;).
Un corset.
Un lacet.
Un' tablier.
Un ridicule.
Un voile.
Un collier, un fil de perles.
Des rubans'.