Boekgegevens
Titel: Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Auteur: Marin, Pieter; Scheerder, H.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1826
Amsterdam: A. Bakels
2e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6334
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201359
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Méthode Familière. "
J
Te water, ter zee reizen.
In de fchaduyf wandelen.
In den régen flaan.
In den wind.
Te toet gaan.
Te paard rijden.
In een rijtuig rijden.
Met de fchuit yaren.
Op fchaatfen rijden.
Zwemmen.
Van den tijd:
Een oogenblik.
Een uur.
Een half uur.
Een kwartier uurs.
Half negen.
Een dag.
Een dag.
Een nacht.
Des morgens.
Des avonds.
Morgen ochtend.
Morgen namiddag.
Des namiddags.
Des middags, ten 11 vre
Temiddernacht,ten 12 ure.
De dageraad,
Van daag.
Gisteren,
Gisteren avond,
Eergisteren.
Des anderendaags.
Morgen,
Overmorgen.
De twkfimendc week.
Voyager par eau, par meï.
Se promener à l'ombre.
Se tenir à la pluie.
Au vent.
Aller à pied.
Aller à cheval.
Aller en voiture.
Aller en bateau (batô).
Aller à patins, patincf.
Aller à la nage, nager.
Du temps (un):
Un moment.
Une heure.
Une demi-heure.
Un quart-d'heure.
Huit heures et demie.
Un jour.
Une journée.
Une nuit.
Le matin.
Le soir.
Demain matin.
Demain après-midi.
L'après-dinée.
A midi.
A minuit.
L'aurorç.
Aujourd'hui.
Hier (/Vr).
Hier au soir.
Avant-hier Ça-van-tièry
Le lendemain.
Demain.
Après-demain.
T^ semaine prochaine.
B 3