Boekgegevens
Titel: Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Auteur: Marin, Pieter; Scheerder, H.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1826
Amsterdam: A. Bakels
2e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6334
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201359
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
«O
Méthode Famililre.
Somtijds^ altcmets.
Eertijds.
Dikwijls,
Aanflonds.
Zelden.
Te zamen.
Zonder twijfel.
Misfchien.
Sedert gisteren.
Tot morgen.
Waar woont gij?
Hier digt bij.
Fer van hier.
Bij de beurs.
Bij de munt.
Bij v/icn gaat gij ?
Bij mijnen bnekverkooper
Voor de deur.
Achter den poel.
Onder de tafel.
Op de bank.
Op de ftraat.
Op de markt.
Ergens. •
Nergens.
Overal.
Altijd. -
Alle dagen.
Nooit,
Ik ga heen.
IFaar gaat g^'?
Naar huis.
Naar Frankrijk.
Naar Engeland.
Naar Duitschland.
Naar Oost-Indien.
Te land reizen.
Quelquefois (kelke-foà).
Autrefois (Jtrefod).
Souvent.
Incontinent, aussitôt.
Rarement.
Ensemble.
Sans doute.
Peut-ûtre.
Depuis hier {depui-ziir).
Jusqu'à demain.
Où demeurez-vous?
Près d'ici.
Lqin d'ici.
Près de la bourse.
Près de la monnaie.
Chez qui allez-vous?
Chez mon libraire.
Devant la porte.
Derrière la chaise.
Sous la table.
Sur le banc (ban).
Dans la rue.
Au marché.
Quelque part (pdr).
Nulle part.
Partout.
Toujours.
Tous les jours.
Jamais.
Je m'en vais.
Où allez-vous ?
A la maison (mèzon").
En France.
En Angleterre.
En Allemagne.
Aux Indes.
Voyager par terre.